De stadsfabriek van Schoonhoven

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden was een (stads)fabriek geen instelling, maar een persoon. Andere benamingen voor de stadsfabriek zijn stadsbouwmeester of stadsarchitect. Er waren twee Littels in Schoonhoven die dit ambt uitoefenden.

stadsfabriek

18e eeuw

Willem Littel sr. (1719-1801) was stadsfabriek en ouderling in Schoonhoven.1 Hij had onder andere de supervisie over de bouw van het Doelenhuis (1779-1783).

In 1789 besloot het stadsbestuur dat er een nieuwe kazerne moest worden gebouwd aan het Doelenplein, deels op de oude fundamenten van de stadsmuur. Willem Littel jr. (1756-1842) kreeg de opdracht. In juli 1790 bleek dat hij de kazerne erg slordig had gebouwd: de oude stadsmuur was niet volledig afgebroken, de nieuwe kazernemuur stak over ten opzichte van de oude stadsmuur, de maten van het gebouw klopten niet met het bestek en er was gebruik gemaakt van een slechte soort steen. De schade werd begroot op f. 1700. Willem jr. werd verboden ooit nog deel te nemen aan gemeentelijke aanbestedingen. Willem sr., die de nalatigheden als stadsopzichter van bouwwerken had moeten signaleren, werd uit zijn ambt gezet.2

19e eeuw

In 1851 werd door de gemeenteraad van Schoonhoven een instructie opgesteld voor de stadsfabriek.

Instructie voor den Fabriek der gemeente Schoonhoven

Art. Een

De Fabriek wordt door den Raad benoemd, geschorst of ontslagen.

Art. Twee

Alvorens in bediening te treden, legt hij in handen van de voorzitter van den Raad, en de vergadering, op de wijze zijner godsdienstige gezindheid, den volgende Eed of geloften af.

Ik zweer (beloof) dat ik al de pligten, die de door den Raad der gemeente Schoonhoven vastgestelde of nader vast te stellen instructie aan het ambt van Fabriek heeft verbonden, eerlijk en vlijtig zal vervullen, en dat ik de belangen der gemeente Schoonhoven met al mijn vermogen in die betrekking zal voorstaan en bevorderen.

Ik zweer (beloof) dat ik iest(?) hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand eenige beloften of geschenken, aangenomen heb of aannemen zal, directelijk of indirectelijk.

Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat beloof ik!)

Art. Drie

Hij is belast met het ontwerpen van alle plans en voorwaarden van aanbesteding, van daarstelling, vernieuwing of onderhoud van werken of leveranten, ten behoeve der gemeente te doen, waarvan de vervaardiging hem door Burgemeester en Wethouders of door den Raad, wordt opgedragen.

Art. Vier

Aan hem is in het bijzonder opgedragen het toezigt en de zorg voor de regtige uitvoering der plans en voorwaarden van aanbesteding van al de werken en leverantien van welken aard ook ten behoeve der gemeente, het zij bij aanneming, het zij op andere wijze te doen, ook in het bijzonder op de ontsteking, branden en uitdoen van de lantaarns der gemeente; hij geeft van alle overtredingen tegen die aangegane overeenkomsten zonder uitstel kennis aan den Burgemeester, of die hem vervangt, en is verantwoordelijk voor de schade door zijn verzuim of achteloosheid in deze veroorzaakt.

Art. Vijf

Hij is verpligt op al de eigendommen der gemeente een wakend oog te houden, en van alle voorzieningen, welke hij noodig acht, om die eigendomen in stand te houden, aan Burgemeester en Wethouders schriftelijk kennis te geven.

Art. Zes

Hij dient den Raad of Burgemeester en Wethouders schriftelijk van berigt en advies, op alle vragen, welke hem door die Collegies, ten opzigte van de aan hem opgedragen werkzaamheden worden gedaan, of verschijnt, daartoe opgeroepen, in hunne vergadering, om dit mondeling te doen.

Art. Zeven

Hij zal, noch middelijk, noch onmiddelijk, deel mogen nemen aan leveringen of aannemingen ten behoeven der gemeente.

Art. Acht

Hij is in alles wat de aan hem opgedragen werkzaamheden aangaat, ondergeschikt aan Burgemeester en Wethouders, of aan den Raad, indien die werkzaamheden hem door dezen zijn opgedragen, en is verpligt, hunne bevelen stiptelijk optevolgen.

Art. Negen

Hij geniet eene Jaarwedde van f 80,- Zeggen Tachtig Gulden, uit de gemeentekas. Behalve die jaarwedde geniet hij onder welke benaming ook, geenerlei inkomen uit de gemeente kas.

Aldus vastgesteld door den Raad der gemeente Schoonhoven, ter openbare raadsvergadering van den 24e December 1851.

 

Op 17 januari 1852 werd Willem Littel Wouterszoon (1795-1871) benoemd tot stadsfabriek. Hij werd be├źdigd op 23 februari.


In januari 1853 nam de gemeenteraad het besluit om werkzaamheden aan de Havenstraat en vijf bruggen te laten uitvoeren. Op 1 april 1853 deelde burgemeester Felix de Klopper aan de gemeenteraad mee “het gehouden gedrag van den Fabriek Wm Littel Woutz alhier betrekkelijk de Besteding en aanneming van de Havenstraat, daar de Fabriek zijn zoon alsmede de aannemer P. Vermey verklaard hebben dat de zoon [Jacob Hendrik Littel, red.] aandeel in het aangenomen werk der Havenstraat heeft en stelde aldus aan den Raad voor ingevolge art. 7 zijner instructie om genoemde fabriek W. Littel Wzn een eervol ontslag te geven”. Besloten werd om in een besloten vergadering hierover verder te praten. Op 4 april 1853 werd het opnieuw voor de gemeenteraad gebracht en men schorste de stadsfabriek voor een half jaar. Willem Littel klom daarop in de pen en verzocht de gemeenteraad om ontslag en een bewijs van goed gedrag. Het ontslag werd hem op 9 april 1853 verleend, het gevraagde bewijs kreeg hij niet.

 


Bronnen
  1. Maandelijksche uittreksels of boekzaal der geleerde waereld; honderd en een en veertigste deel voor juli 1785. Amsterdam: Dirk onder den Linden en zoon.
  2. Schoonhoven, stadsbestuur 1537-1907; Oud Archief Schoonhoven 104: plannen voor nieuwe kazerne (15 september 1789), bevindingen kazerne en ontslag Willem Littel sr. (5 juli 1790)